WITITJ HEALING

 BALANDA PRESS

 

Aboriginalvoorouder trok als eerste ‘out of Africa'

  • dinsdag 11 oktober 2011,
  • Auteur: Karel Berkhout
    ROTTERDAM - De moderne mens ging twee keer uit Afrika op de loop. Gaandeweg veroverde hij de hele wereld, Australië voorop.


    Een klein plukje haar, met een heel groot verhaal. DNA-analyse van de honderd jaar oude haren van een Australische Aboriginal leert dat de vroegste mensen Afrika niet hebben verlaten in één exodus, maar in meerdere uittochten. De Aboriginals zijn waarschijnlijk nazaten van de vroegste vertrekkers en vormen een van 's werelds oudste bevolkingsgroepen buiten Afrika.

    ‘Dit werpt nieuw licht op de verspreiding van de mens over de aarde', zegt Eske Willerslev van het Centre for Geogenetics van de Universiteit van Kopenhagen. Willerslev is een van de drie belangrijkste auteurs van een artikel over het genoom van een Aboriginal, dat is gepubliceerd door het tijdschrift Science.

    Mogelijk 62.000 tot 75.000jaar geleden verlieten de eerste mensen Afrika en vestigden zich in Oost-Azië en Australië. Pas veel later, 25.000 tot 38.000jaar geleden, vertrok een andere groep mensen die de voorouders zijn van de moderne Aziaten en alle Europeanen. ‘De eerste mensen hebben dus in minimaal twee migratiegolven Afrika verlaten', zegt Willerslev.

    Het onderzoek naar het Aboriginal-genoom lijkt daarmee een doorbraak in het debat onder evolutie-experts over de ‘out of Africa'-expansie. Nadat ongeveer 100.000jaar geleden de moderne mens in Afrika was ontstaan, verlieten enkele honderden, misschien duizenden individuen hun bakermat. Mogelijk liepen die vroege mensen via de zuidelijke route langs het Arabische schiereiland naar het Euraziatische continent.

    Niet ‘vervuild'

    Aanhangers van de theorie van de single dispersal (enkelvoudige verspreiding) gaan daarbij uit van één exodus met één groep, die zich splitste in een Europese en een Aziatische tak. De Aziatische groep zou vervolgens weer zijn gesplitst in de voorouders van de moderne Aziaten en in de voorouders van de oorspronkelijke bewoners van onder meer Australië en Papoea-Nieuw-Guinea. Tegen die lange tijd populaire theorie zijn bezwaren gerezen. Zo zijn in Australië menselijke overblijfselen gevonden van mogelijk 50.000jaar oud, terwijl het land volgens de theorie van de ‘enkele exodus' pas 30.000 jaar bewoond kan zijn. De ‘multiple dispersal'-theorie, die uitgaat van meer migraties, heeft de laatste jaren meer aanhangers gekregen – en krijgt nu steun van de Aboriginalharen.

    De haren behoorden ooit toe aan een jonge man, die ongeveer honderd jaar geleden een pluk van twintig haren afstond aan een vermaarde Britse antropoloog. De haarlok belandde uiteindelijk bij de universiteit van Cambridge, die de monsters aan Willerslev doorspeelde. De Deense geneticus onderzocht eerder het haar van een 4.000 jaar oude mummie van de Saqqaq, inwoners van Groenland met Aziatische voorouders.

    De Aboriginalharen komen uit de buurt van Golden Ridge, bij Kalgoorlie, in het westen van Australië. Dat is cruciaal, zegt Willerslev: ‘Want in dat deel van Australië woonden toen nog nauwelijks kolonisten. De kans was dus groot dat er nog geen vermenging van Aboriginals met Europeanen had plaatsgevonden.' Tests bevestigden dat het DNA van de Aboriginal niet is ‘vervuild' met Europese genen.

    Vervolgens werd het complete genoom van de Aboriginal in kaart gebracht en vergeleken met de gegevens van 1.220mensen van 79volken in een databank. Omdat in die databank alleen voorgeselecteerde mutaties zitten en geen complete genomen, werd de Aboriginal ook vergeleken met de Saqqaq-mummie en de genomen van moderne Afrikanen (Yoruba), Europeanen (Fransen) en Aziaten (Han-Chinezen).

    Ook werd het Aboriginal-DNA vergeleken met de genomen van kleine bevolkingsgroepen in Azië die uiterlijk (krullend haar, donkere huid) meer lijken op een Aboriginal dan op een gemiddelde Aziaat, zoals de Aeta in de Filippijnen of de Kusunda in Nepal.

    De onderzoekers stelden voor de Aboriginal unieke mutaties vast en lieten daar vervolgens een statistische analyse op los. Die leerde dat de Aboriginallijn 2.500 tot 3.000 generaties geleden moet zijn afgesplitst van de Euraziatische lijn, ofwel 62.000 tot 75.000 jaar geleden. ‘Dat ondersteunt de theorie dat Australië 50.000 jaar geleden al bewoond was, zoals de fossielen doen vermoeden', zegt Willerslev. De Europese lijn is pas 25.000 tot 38.000 jaar geleden afgesplitst van de Aziatische lijn. Een groep uit de Aziatische lijn maakte vervolgens ongeveer 20.000 jaar geleden de oversteek naar Amerika.

    Naast de Aboriginals behoren waarschijnlijk ook de inwoners van Papoea-Nieuw-Guinea en het eiland Bougainville tot de oudste afsplitsing. Net als de Filippijnse Aeta. ‘Een van de verrassingen' zegt Willerslev.

    Allergie

    De bioloog Razib Khan, die een spraakmakende blog over genetica onderhoudt, noemt het onderzoek ‘plausibel'. Maar volgens hem moeten veel meer DNA-monsters onderzocht worden: ‘De studie suggereert dat Aboriginals wat dichter bij Afrikanen staan dan bij andere bevolkingsgroepen. De genetische diversiteit in Afrika is echter zo groot, dat je wil weten of het geldt voor alle Afrikanen.' Willerslev is het daarmee eens: ‘Helaas zijn er nog niet veel Afrikaanse genomen beschikbaar.'

    Bijkomende moeilijkheid voor het Aboriginal-onderzoek was de allergie van de oorspronkelijke bewoners voor onderzoek door westerlingen. Toch kreeg Willerslev toestemming van het orgaan dat de Aboriginals vertegenwoordigt. ‘Vooraf werden mij weinig kansen toegedicht, maar uiteindelijk ging het heel soepel. Het werd gewaardeerd dat ik een lange reis had gemaakt om het onderzoek toe te lichten. En over de resultaten waren de vertegenwoordigers net zo enthousiast als ik zelf.'



    fromhttp://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=283GRUNQ&word=ABORIGINAL
     
     
     
     
     

     13 februari 2008; © Trouw 2010

    Drie keer sorry voor het Aboriginal-leed

    Australische excuses

     

    De Australische regering biedt vandaag excuses aan voor het leed dat Aboriginals is aangedaan. Kinderen werden bij hun ouders weggehaald om ze beschaving bij te brengen.

    De Australische regering weigerde jarenlang excuses aan te bieden voor het weghalen van tienduizenden Aboriginalkinderen bij hun ouders. De nieuwe premier Kevin Rudd (Labor) schrijft geschiedenis door in het parlement officieel sorry te zeggen. Drie keer zelfs.

    De premier zou de historische excuses vanochtend als volgt formuleren: „Voor de pijn, het lijden en het kwetsen van de gestolen generaties, hun nageslacht, achtergebleven families en gemeenschappen, zeggen wij sorry. Tegen moeders en vaders, broers en zussen, voor het uiteenscheuren van families en gemeenschappen, zeggen wij sorry. En voor de onwaardige behandeling en vernedering van een trots volk met een trotse cultuur, zeggen wij sorry.”

    De officiële excuses in het Australische parlement hebben een golf van opwinding veroorzaakt. Duizenden Aboriginals reisden naar hoofdstad Canberra om het historische feit bij te wonen. Vanwege de grote belangstelling was op het grasveld voor het parlement een groot tv-scherm opgesteld. Ook in het centrum van Sydney stond een scherm, net als in de Aboriginalwijk Redfern.

    Premier Kevin Rudd heeft lang nagedacht over de precieze bewoordingen van de excuses, die in een motie zijn neergelegd. Rudd overlegde met diverse Aboriginalvertegenwoordigers. De Liberale partij, vorig jaar verslagen bij de verkiezingen, worstelde in de oppositie met het sorry. De liberalen hebben onder leiding van ex-premier John Howard bijna twaalf jaar lang geweigerd om excuses aan de Stolen Generation aan te bieden. De nieuwe oppositieleider Brendan Nelson steunt nu wel de excuses, hoewel sommige liberalen in zijn fractie het woord ’gestolen’ niet wilden gebruiken. Dat moest volgens hen vervangen worden door ’onvrijwillig verwijderde kinderen’.

    Premier Rudd weigerde dat resoluut. „Dit excuus is niet bedoeld voor politici, noch van de regering, noch van de oppositie”, stelde hij. Veel Aboriginalorganisaties reageerden positief. „Ik denk dat het verwerkingsproces vanaf vandaag echt kan beginnen”, zei Debra Hocking, ex-voorzitter van de Stolen Generation Alliance. „Het getuigt van politieke moed. Te lang is dit deel van onze geschiedenis niet erkend. Dit excuus geeft Australië trots en legt het fundament om samen verder te gaan.”

    Heel wat terughoudender reageerde de ’ambassadrice’ van het Aboriginal Tentenkamp op het grasveld voor het voormalige parlementsgebouw in Canberra. Dat kamp staat er al sinds 1972 als protest tegen de behandeling van Aboriginals. „We zijn hier al 36 jaar en we wachten op de erkenning van onze soevereiniteit van dit land, van kust tot kust”, zegt Isabel Coe. „We houden niet zo van dit sorry-gedoe. Voor sommigen is het een emotionele dag, maar niet voor ons op de ambassade. Sorry is maar één woord, een leeg woord. Het woord stopt niet al het pijn en lijden dat ons is aangedaan.”

    Het sorry van de Australische regering doet de popliefhebber direct herinneren aan het legendarische nummer Beds are Burning van de Australische rockgroep Midnight Oil.

    Eind jaren tachtig scoorde de band een wereldhit met deze rocksong over een Aboriginalstam in het midden van Australië. De fan herinnert zich nog haarscherp de kale leadzanger, die houterig bewegend op de videoclip te zien was. Die zanger was Peter Garrett, nu milieuminister in de regering Rudd.

    Het nummer Beds are Burning was een politiek statement: het land moet aan de Aboriginals worden teruggegeven. „De tijd is rijp om te zeggen dat eerlijk eerlijk is”, luidde de tekst. „Om de huur te betalen, om ons deel te betalen. De tijd is rijp, een feit is een feit, het is van hen, laten we het teruggeven.”

    Midnight Oil haalde met dit nummer de derde plaats in de Nederlandse Top-40 en de zeventiende plaats in de US Billboard Hot 100. Dank zij Beds are Burning werd de (pop)wereld zich bewust van het probleem met de Aboriginals.

    Midnight Oil speelde het politiek getinte nummer op de slotceremonie van de Olympische Spelen in Sydney (2000). De band was gekleed in zwart en in hun kleren was opvallend een woord verwerkt: Sorry.

    De Australische Craig Jones uit Broken Hill (midden), geflankeerd door zijn dochter Latesha en zoon Luke, was een van de tienduizenden Aboriginalkinderen die door de overheid bij zijn ouders werd weggehaald. De Australische regering biedt vandaag officieel excuses aan aan Aboriginals die tot in de jaren zeventig gedwongen werden op te gaan in de blanke samenleving. Craig Jones hoopt dat het ’sorry’ van de Australische regering de wonden van hem en zijn vele lotgenoten heelt. Op de foto staan verder zijn oom John Landers en kennissen uit Broken Hill.

    © Trouw 2010

     

     

    De Australische Craig Jones uit Broken Hill (midden), geflankeerd door zijn dochter Latesha en zoon Luke, was een van de tienduizenden Aboriginalkinderen die door de overheid bij hun ouders werden weggehaald. © Anya van Lit De Australische Craig Jones uit Broken Hill (midden), geflankeerd door zijn dochter Latesha en zoon Luke, was een van de tienduizenden Aboriginalkinderen die door de overheid bij hun ouders werden weggehaald.

     

    Buitenland
    26 juni 2006
    door Tim Dekkers in Sydney
     

    Australië / Brute kinderverkrachtingen onder aboriginals

     

    Jonge kinderen zijn in afgelegen Australische aboriginal-gemeenschappen steeds vaker het slachtoffer van bruut seksueel misbruik.

    Zelfs baby’s worden verkracht. De situatie is zo alarmerend, dat de Australische regering vandaag een topconferentie over het onderwerp organiseert.

    Het rapport van Nanette Rogers, openbaar aanklager in de Australische deelstaat Northern Terrority, sloeg vorige maand als een bom in. Zij beschreef hoe in een aboriginal-nederzetting in midden Australië een vierjarig meisje was verkracht en verdronken door een verslaafde tienerjongen. En hoe volwassen mannen twee kleine meisjes, onder wie een baby van zeven maanden, seksueel hadden misbruikt. Het zijn helaas geen uitzonderingen, beweerde Rogers. „Mannen begaan afschuwelijke misdrijven tegen heel jonge kinderen. Het gaat het menselijk bevattingsvermogen te boven.”

    Het rapport van de openbaar aanklager werd gevolgd door een nieuw, schokkend onderzoek: aboriginal-jongetjes lopen tien keer meer kans op seksueel misbruik dan ’blanke’ Australische leeftijdsgenoten. Deskundigen wezen met de beschuldigende vinger naar de aboriginal-leiders; zij zouden te passief zijn en zich verschuilen achter oude stamwetten, die seksueel verkeer tussen volwassenen en kinderen zouden rechtvaardigen.

    De 61-jarige Ad Borsboom heeft alle ophef met ongerustheid en boosheid gevolgd. Borsboom, hoogleraar antropologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen, heeft vanaf 1972 tien periodes bij een aboriginal-gemeenschap in het afgelegen Arnhem Land gewoond. Soms anderhalf jaar lang, soms een paar maanden. Na al die jaren kent hij de aboriginal-gewoontes als geen ander.

    „Seksueel misbruik van kinderen en vrouwen is geen onderdeel van de aboriginal-cultuur’’, zegt Borsboom stellig. Toegegeven, volgens de aboriginals zijn meisjes na hun eerste menstruatie al volwassen. Dan worden ze uitgehuwd. Maar dat is iets anders seksueel misbruik van kinderen, weet de antropoloog.

    Borsboom: „De aboriginal-gemeenschappen hebben strenge regels ten aanzien van seksualiteit. In al die tijd dat ik bij de aboriginals in Arnhem Land heb gewoond, heb ik niet één keer seksueel misbruik van een kind meegemaakt. Integendeel: kinderen zijn bijna heilig.’’

    Maar vooral in ver afgelegen gemeenschappen, kan het toch goed fout gaan, erkent Borsboom. Bijna niemand heeft daar werk, de huisvesting is een ramp, het alcoholisme grijpt om zich heen en steeds meer kinderen snuiven benzinedampen en zijn zwaar verslaafd. „Omdat mensen niets anders te doen hebben, zitten ze heel de dag video’s te kijken. In deze gemeenschappen is een dramatische toename te zien van gewelddadige en pornografische video’s. De laatste vijf jaar storten dit soort gemeenschappen in razend tempo in’’, concludeert Borsboom. Dat de Australische overheid niet heeft ingegrepen, is volgens hem een catastrofale fout. „De problemen rond seksueel misbruik waren al langer bekend. Maar de regering heeft de problemen te lang onderschat en genegeerd.”

    Vandaag hoopt de regering van premier Howard op een topconferentie in Canberra oplossingen te vinden. Er gaan stemmen op om het bestuur van sommige gemeenschappen uit handen te nemen van aboriginals. Borsboom vindt dit een rampzalig idee. „Dat paternalisme is de afgelopen honderd jaar de oorzaak geweest van alle problemen. Mensen worden apathisch. Je mag voor de oplossing op korte termijn meer politie sturen naar de afgelegen gemeenschappen om de excessen aan te pakken. Voor de langere termijn is het de hoogste tijd dat de Australische overheid gaat praten met de aboriginals in plaats over hen. De regering moet de eigen verantwoordelijkheid stimuleren, die generaties lang hun is afgenomen.”

     

    Voor de komst van de Europese kolonisten woonden in Australië volgens schattingen ongeveer 750.000 aboriginals. Nu zijn dat er een kleine 460.000. De eerste bewoners kwamen waarschijnlijk 45.000 tot 60.000 jaar geleden in bootjes van de oostelijke Indonesische eilanden en Nieuw-Guinea naar Australië. Zij verspreidden zich langzaam over het enorme continent en pasten zich generatie na generatie aan alle ontberingen (hitte, droogte) aan. De komst van de Europeanen maakte dat de aboriginals massaal stierven aan westerse ziekten waartegen ze niet bestand waren. Sindsdien zijn de oorspronkelijke bewoners afgegleden naar de rand van de samenleving. De gemiddelde levensverwachting van de aboriginals ligt maar liefst zeventien jaar lager dan van de blanke Australiër.

    © Trouw 2010

     http://www.trouw.nl/incoming/article1253713.ece/Voor_de_aboriginals_

    heeft_elk_onderdeel_van_het__Australische_landschap_een_mythologische_betekenis..html.

    4 oktober 2005
    door Haro Hielkema

    Voor de aboriginals heeft elk onderdeel van het Australische landschap een mythologische betekenis.

     

    Tijdens een expeditie naar centraal Australië in 1931 ontmoette de antropoloog Norman Tindale een jongen van een jaar of vijftien, Pariparu. De aboriginal had net de initiatieriten van zijn stam ondergaan en maakte zich op voor zijn eerste ’Grande Tour’ door het land van zijn volk.

    Een jaar later kwam Tindale de jongen weer tegen - een paar honderd kilometer verderop. Hij vroeg Pariparu waar hij op zijn grote reis geweest was. De aboriginal somde zonder haperen een lijst op van 338 plaatsnamen. Ze zaten onuitwisbaar in zijn geheugen gegrift. Ze bestreken een gebied zo groot als Nederland en België bij elkaar.

    „Pariparu vertelde Tindale niet zo maar waar hij geweest was, daar had hij een reden voor”, zegt Philip Jones, curator van het Australian Museum uit Adelaide. „Het waren stuk voor stuk plaatsen die verbonden waren met zijn voorouders. Hij tekende een ’mental map’ van wat tot zijn volk behoorde. Daarbij volgde hij een individuele route - een map die bij hem persoonlijk hoorde.”

    Het verhaal van Pariparu geeft volgens Jones aan hoe complex de cultuur van de aboriginals in elkaar steekt. In de wereldbeschouwing van Australië’s oorspronkelijke bevolking heeft elk karakteristiek onderdeel van het landschap een mythologische betekenis. Elke ceremonie, elk lied en elke afbeelding verwijst naar deze plekken, die gemaakt zijn door de voorouderlijke wezens. Als aboriginal kunstenaars ’het land zingen’, dan zingen zij de plekken waar voorouders het scheppingsdrama opvoerden, waar hun eigen ’groep’ leefden en leven.

    Dat is geen eenvoudig verhaal. Daarvoor moet je weten dat de aboriginals 50000 jaar geleden met kleine bootjes de gevaarlijke zeestraat met de Indonesische archipel overstaken en in dat immense continent een diepgaande kennis van de woestijnen, berghellingen en regenwouden hebben opgedaan. Hun wereldbeschouwing werd een systeem van cultuur en religie waarin de identiteit van elk mens nauw verbonden is met land en voorouders.

    Dat hadden de mensen die de aboriginals sinds 1606 ontmoetten niet door. De opvarenden van het Nederlandse schip de Duyfken, die op de westkust bij het schiereiland Cape York als eerste blanken voet aan wal zetten, snapten dat niet. De vele European die hen volgden evenmin.

    Jones: „De eerste Europeanen dachten dat er in het grote onbekende Zuidland fantastische fabelwezens en woeste wondermensen woonden. Twee honderd jaar lang werd Australië gezien als een leeg land. Terra nullius, slechts bewoond door nomadische wilden. Die visie heeft de hele koloniale periode geleefd. Het gevolg was dat de aboriginals de zeggenschap over hun land kwijt raakten. Ze werden in hun eigen land, waar ze al 50000 jaar woonden, naar de randgebieden verdrongen.”

    Nog steeds begrijpen blanke Australiërs en Europeanen vaak niet wat het land voor de autochtone bevolking betekent. Weliswaar oordeelde de Hoge Raad in 1992 dat Aboriginals landrechten hebben hebben, ondanks de Europese kolonisatie. De Wik, die in 1606 de eerste Europeanen hadden ontmoet kregen in 1996 hun land terug. Maar het blijft volgens Philip Jones de vraag of de gemiddelde Australiër een idee heeft van de cultuur en geschiedenis van degenen die zoveel eeuwen het continent beheersten. ,,De ontdekkingsreizigers hadden belangstelling voor de omtrek van Australië, niet voor de specifieke eigenschappen.”

    Jones spreekt regelmatig over ’misverstand’. ’Het grote misverstand’ is ook het sleutelwoord in de tentoonstelling ’Australië, het land en de mensen’ die staatssecretaris Medy van der Laan van cultuur morgen in het Rijksmuseum voor Volkenkunde in Leiden opent. Dat de identiteit van de oorspronkelijke Australiërs verbonden is met hun voorouders die het land en de rituelen in het verleden hebben geschapen (zelf spreken ze over de ’Droomtijd’), begint nu een beetje door te sijpelen. Mede dankzij de media, zegt Jones. Maar het is nog zo broos. Een boer uit Brabant kun je met een beetje tact en geld laten verhuizen naar de Flevopolders. Maar een aboriginal ontneem je zo zijn wezen.

    Daarom werkt het ook niet om aboriginals een reservaat aan te bieden, als daar niet de ’droomplekken’ van hun voorouders in liggen. Het is dezelfde ontkenning van hun bestaan als de eerste Europeanen deden, die zo maar water of dieren van hun grond namen of zich aan hun vrouwen vergrepen. De conflicten begonnen met misverstanden over elkaars cultuur, en die misverstanden bestaan nu nog. „Het is dat de aboriginals zo veerkrachtig zijn en het koloniale verleden met de aloude tradities willen verzoenen. Anders liep het vaker fout.”

    Het is in het verleden vaak misgegaan; de expositie vertelt daar over. De ontmoeting tussen de bemanning van de Duyfken en de Wik mondde uit in een gevecht waarbij één Nederlander werd gespiest en minstens één Wik man doodgeschoten. In 1623 was de confrontatie nog heviger, toen Jan Carstensz een man en twee vrouwen gevangen nam: negen Nederlanders en een onbekend aantal Wik werden gedood.

    Veeboeren voerden vanaf 1870 vaak eigen vergeldingsacties uit, omdat aboriginals op hun vee jaagden (dat was veel gemakkelijker dan het vangen van kangoeroes). In 1841 leidde een confrontatie bij Rufus River tot een slachting, waarbij de speren en knotsen van de aboriginals niet opgewassen bleken tegen het geschut van de blanken. Een bloedbad bij Coniston in 1928 deed veel Wapiri van hun land vluchten; pas sinds de Wet op de landrechten in 1976 werd ingevoerd, konden de rechtmatige eigenaren terugkeren.

    De expositie ’Australië’ is niet vrolijk, ook al zijn er massa’s speren en boemerangs, worden er fraaie culturele voorwerpen uitgestald en kan men boeiende verhalen lezen.

    Zoals over Daisy Bates, een jonge journaliste die zich een eeuw geleden bij de aboriginals aansloot en veel informatie over hun cultuur verkreeg. Ze identificeerde zich zo met hen dat zij kleren inzamelde voor de naakte woestijnaboriginals.

    Dankzij de inspanningen van Europese musea is er eind 19de eeuw veel informatie verzameld over flora en fauna, mineralen en inheemse voorwerpen van het oorspronkelijke Australië. Zelfs het Rijksmuseum van Volkenkunde in Leiden had een zeer waardevolle collectie speren - volgens Philip Jones de beste van alle musea in Europa. Het schort alleen vaak aan de documentatie.

    Heel lang werden de voorwerpen van de aboriginals vergeleken met andere inheemse volken in de wereld en daarbij als simpel en primitief beoordeeld. Daarbij werd geen rekening gehouden met het feit de aboriginals zich staande moesten houden onder extreme natuurlijke omstandigheden en hun technologie en voorwerpen daarmee gelijke tred hielden. Philip Jones: „Er werd op gewezen dat de aboriginals het wiel niet hebben uitgevonden. Maar al zouden ze het wél hebben gedaan, wat hadden ze daar dan aan gehad in een continent dat van oorsprong geen trekdieren kende?”

    Pas een eeuw geleden begonnen antropologen iets te begrijpen van de spirituele verbintenis met het land, geeft de tentoonstelling aan. De eerste tentoonstelling van aboriginal kunst was in 1929. Maar het duurde nog tientallen jaren voordat het grote publiek te zien kreeg dat er bij de aboriginals verband is tussen kunst, wereldbeschouwing en landschap.

    Potloodtekeningen van aboriginals in de gevangenis, schilderingen op boombast en het Grote Doek van Cockatoo Creek waarin een groep kunstenaars (in opdracht van het South Australian Museum) hun Droomverhalen hebben verbeeld, getuigen daarvan in Leiden. Zeventig jaar nadat een expeditie van het museum bij de Warlpiri en Anmatyerre in Cockatoo Creek neerstreek, hebben de nakomelingen van deze aboriginals in een schildering kunnen duidelijk maken wat het religieuze belang van het land betekent.

    Tentoonstelling

    Australië, het land en de mensen’ is te zien in het Rijksmuseum voor Volkenkunde, Steenstraat 1, Leiden (enkele minuten lopen vanaf station Leiden Centraal), t/m 27.8. 2006, di t/m zo 10-17u. Ook op 17/10, 24/10, 26/12 en 2/1. Met lezingen, films, rondleidingen en workshops. www.rmv.nl

    © Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.

     

    Krantenarchief
    20 november 1998
    Wilma Kieskamp
     

    Antropologische bestseller werd geschreven door Aboriginal

     

    AUSTRALIE/Antropologische bestseller werd geschreven door Aboriginal

    Zijn hoofd staat op het Australische vijftig-dollarbiljet. Er speelt een lachje om de mondhoek van David Unaipon, de eerste Aboriginal die het zover schopte dat er scholen naar hem werden genoemd en literaire prijzen aan hem zijn opgedragen. Zet mij maar op een bankbiljet, ach ja, lijkt de lach te beduiden.

    David Unaipon (1872-1967) was al bij leven het troetelkind van blank Australië. Hij was schrijver, zendeling en uitvinder. Een wonderkind, een voorbeeld-wilde. Helden als Unaipon worden, ook in de jaren negentig, gekoesterd in Australië. Ze zijn de witte raven in een land dat een ongemakkelijke verhouding heeft met zijn eigen geschiedenis. Bij alle treurige verhalen over discriminatie, uitbuiting en miskenning, leek Unaipons levensgeschiedenis tenminste troost te bieden.

    Helaas was de werkelijkheid, zo is recent ontdekt, een stuk treuriger. Ook David Unaipon was slachtoffer. Hij is beroofd van zijn belangrijkste levenswerk. Historici hebben ontdekt dat Unaipon de werkelijke auteur is van een van de eerste en - nog steeds - bekendste antropologische studies over de Australische Aboriginals. Maar het boek Myths and Legends of the Aborigines (1925) is altijd toegeschreven aan de Schotse arts William Ramsay Smith.

    De nazaten van Unaipon wisten het al lang. “Hij vertelde er nooit zoveel over”, zei een achter-achterneef tegen een Australische krant. “Hij zei alleen: mijn boek is gestolen.” In de jaren twintig leverde Unaipon, die toen als journalist de kost verdiende, een manuscript met 29 Aboriginal-volksverhalen in bij een uitgever in Sydney. Hij kreeg er 150 dollar voor en hoorde er nooit meer iets over. Tot het boek verscheen onder een andere naam. De uitgever had een bevriende arts, Ramsay Smith, de vellen papier toegestuurd met een briefje: “Hier kan vast een heel aardig boek van worden gemaakt”. Ramsay Smith kende Unaipon nota bene: ze waren vrienden. Toen Unaipon een paar jaar later alsnog zelf een boek publiceerde, dacht iedereen dat hij een navolger van Smith was.

    Er komt volgend jaar een heruitgave van het originele boek van David Unaipon. Een van de initiatiefnemers is antropoloog Stephen Muecke van de University of Technology in Sydney. Hij beschouwt het plagiaat als een typisch voorbeeld van de manier waarop de blanke bevolking van Australië omgaat met Aboriginals. “Dit is eigenlijk hetzelfde als het plagieren van Aboriginal-kunst”, zegt Muecke. De laatste jaren is bekend geworden dat veel zogenaamde 'originele' Aboriginal-kunst is gemaakt door blanke schilders, die gretig gebruikmaakten van de populariteit van inheemse symboliek.

    In Australië wordt nu het lot van David Unaipon wel vergeleken met dat van de duizenden 'gestolen' Aboriginal-kinderen die in de jaren vijftig en zestig zijn weggehaald bij hun ouders. Ook daarover zijn de verhalen pas recent naar buiten gekomen. De zwarte kinderen kregen bij blanke gezinnen een zo blank mogelijke opvoeding. Soms wisten ze niet eens dat ze van inheemse afkomst waren.

    Unaipon is zich daar altijd van bewust gebleven. Hij was al in de twintig toen hij naar zijn nieuwe familie is Adelaide verhuisde. Op de missiepost van Point McLeay in zuid-Australië was men zo onder de indruk van de talenten van de jonge laarzenmaker, dat hij voor opleiding naar de stad was gestuurd. Met succes. Unaipon wordt wel de 'Leonardo da Vinci van Australië' genoemd. Hij preekte, deed medisch werk, verrichtte onderzoek naar de polarisatie van licht. Hij vond het mechanische principe van de helikopter uit - voor die bestond. Ook ontwierp hij, als echte Australiër, een nieuw mes voor het schapen scheren.

    Unaipon had het geluk dat zijn pleegouders verlichte mensen waren, die vonden dat hij zijn afkomst trouw moest blijven. Hij werd een van de eerste voorvechters van de rechten van de Aboriginals, en ontving in 1953 als 71-jarige een hoge staatsonderscheiding voor al zijn werk.

    De latere generaties 'gestolen kinderen' hebben het tegenwoordig heel wat moeilijker om erkenning te krijgen voor hun werk. Een Aboriginal-stam heeft onlangs een klacht ingediend tegen schrijfster Roberta Sykes. De stam vindt dat ze in haar boek over een 'slangendanser' zich de verhalen van de stam heeft toegeëigend. Bovendien zou Sykes zich 'ten onrechte' uitgeven voor Aboriginal - ze groeide op bij een blanke pleegmoeder. Na alle affaires met namaak-Aboriginal kunst is de argwaan zo groot, dat alleen degenen die diep, diep in de bush opgroeiden zich nog zonder meer Aboriginal mogen noemen.

    © Trouw 2010

     

     

    Make a Free Website with Yola.