Voor de aboriginals heeft elk onderdeel van het Australische landschap een mythologische betekenis.
Tijdens een expeditie naar centraal Australië in 1931 ontmoette de antropoloog Norman Tindale een jongen van een jaar of vijftien, Pariparu. De aboriginal had net de initiatieriten van zijn stam ondergaan en maakte zich op voor zijn eerste ’Grande Tour’ door het land van zijn volk.
Een jaar later kwam Tindale de jongen weer tegen - een paar honderd kilometer verderop. Hij vroeg Pariparu waar hij op zijn grote reis geweest was. De aboriginal somde zonder haperen een lijst op van 338 plaatsnamen. Ze zaten onuitwisbaar in zijn geheugen gegrift. Ze bestreken een gebied zo groot als Nederland en België bij elkaar.
„Pariparu vertelde Tindale niet zo maar waar hij geweest was, daar had hij een reden voor”, zegt Philip Jones, curator van het Australian Museum uit Adelaide. „Het waren stuk voor stuk plaatsen die verbonden waren met zijn voorouders. Hij tekende een ’mental map’ van wat tot zijn volk behoorde. Daarbij volgde hij een individuele route - een map die bij hem persoonlijk hoorde.”
Het verhaal van Pariparu geeft volgens Jones aan hoe complex de cultuur van de aboriginals in elkaar steekt. In de wereldbeschouwing van Australië’s oorspronkelijke bevolking heeft elk karakteristiek onderdeel van het landschap een mythologische betekenis. Elke ceremonie, elk lied en elke afbeelding verwijst naar deze plekken, die gemaakt zijn door de voorouderlijke wezens. Als aboriginal kunstenaars ’het land zingen’, dan zingen zij de plekken waar voorouders het scheppingsdrama opvoerden, waar hun eigen ’groep’ leefden en leven.
Dat is geen eenvoudig verhaal. Daarvoor moet je weten dat de aboriginals 50000 jaar geleden met kleine bootjes de gevaarlijke zeestraat met de Indonesische archipel overstaken en in dat immense continent een diepgaande kennis van de woestijnen, berghellingen en regenwouden hebben opgedaan. Hun wereldbeschouwing werd een systeem van cultuur en religie waarin de identiteit van elk mens nauw verbonden is met land en voorouders.
Dat hadden de mensen die de aboriginals sinds 1606 ontmoetten niet door. De opvarenden van het Nederlandse schip de Duyfken, die op de westkust bij het schiereiland Cape York als eerste blanken voet aan wal zetten, snapten dat niet. De vele European die hen volgden evenmin.
Jones: „De eerste Europeanen dachten dat er in het grote onbekende Zuidland fantastische fabelwezens en woeste wondermensen woonden. Twee honderd jaar lang werd Australië gezien als een leeg land. Terra nullius, slechts bewoond door nomadische wilden. Die visie heeft de hele koloniale periode geleefd. Het gevolg was dat de aboriginals de zeggenschap over hun land kwijt raakten. Ze werden in hun eigen land, waar ze al 50000 jaar woonden, naar de randgebieden verdrongen.”
Nog steeds begrijpen blanke Australiërs en Europeanen vaak niet wat het land voor de autochtone bevolking betekent. Weliswaar oordeelde de Hoge Raad in 1992 dat Aboriginals landrechten hebben hebben, ondanks de Europese kolonisatie. De Wik, die in 1606 de eerste Europeanen hadden ontmoet kregen in 1996 hun land terug. Maar het blijft volgens Philip Jones de vraag of de gemiddelde Australiër een idee heeft van de cultuur en geschiedenis van degenen die zoveel eeuwen het continent beheersten. ,,De ontdekkingsreizigers hadden belangstelling voor de omtrek van Australië, niet voor de specifieke eigenschappen.”
Jones spreekt regelmatig over ’misverstand’. ’Het grote misverstand’ is ook het sleutelwoord in de tentoonstelling ’Australië, het land en de mensen’ die staatssecretaris Medy van der Laan van cultuur morgen in het Rijksmuseum voor Volkenkunde in Leiden opent. Dat de identiteit van de oorspronkelijke Australiërs verbonden is met hun voorouders die het land en de rituelen in het verleden hebben geschapen (zelf spreken ze over de ’Droomtijd’), begint nu een beetje door te sijpelen. Mede dankzij de media, zegt Jones. Maar het is nog zo broos. Een boer uit Brabant kun je met een beetje tact en geld laten verhuizen naar de Flevopolders. Maar een aboriginal ontneem je zo zijn wezen.
Daarom werkt het ook niet om aboriginals een reservaat aan te bieden, als daar niet de ’droomplekken’ van hun voorouders in liggen. Het is dezelfde ontkenning van hun bestaan als de eerste Europeanen deden, die zo maar water of dieren van hun grond namen of zich aan hun vrouwen vergrepen. De conflicten begonnen met misverstanden over elkaars cultuur, en die misverstanden bestaan nu nog. „Het is dat de aboriginals zo veerkrachtig zijn en het koloniale verleden met de aloude tradities willen verzoenen. Anders liep het vaker fout.”
Het is in het verleden vaak misgegaan; de expositie vertelt daar over. De ontmoeting tussen de bemanning van de Duyfken en de Wik mondde uit in een gevecht waarbij één Nederlander werd gespiest en minstens één Wik man doodgeschoten. In 1623 was de confrontatie nog heviger, toen Jan Carstensz een man en twee vrouwen gevangen nam: negen Nederlanders en een onbekend aantal Wik werden gedood.
Veeboeren voerden vanaf 1870 vaak eigen vergeldingsacties uit, omdat aboriginals op hun vee jaagden (dat was veel gemakkelijker dan het vangen van kangoeroes). In 1841 leidde een confrontatie bij Rufus River tot een slachting, waarbij de speren en knotsen van de aboriginals niet opgewassen bleken tegen het geschut van de blanken. Een bloedbad bij Coniston in 1928 deed veel Wapiri van hun land vluchten; pas sinds de Wet op de landrechten in 1976 werd ingevoerd, konden de rechtmatige eigenaren terugkeren.
De expositie ’Australië’ is niet vrolijk, ook al zijn er massa’s speren en boemerangs, worden er fraaie culturele voorwerpen uitgestald en kan men boeiende verhalen lezen.
Zoals over Daisy Bates, een jonge journaliste die zich een eeuw geleden bij de aboriginals aansloot en veel informatie over hun cultuur verkreeg. Ze identificeerde zich zo met hen dat zij kleren inzamelde voor de naakte woestijnaboriginals.
Dankzij de inspanningen van Europese musea is er eind 19de eeuw veel informatie verzameld over flora en fauna, mineralen en inheemse voorwerpen van het oorspronkelijke Australië. Zelfs het Rijksmuseum van Volkenkunde in Leiden had een zeer waardevolle collectie speren - volgens Philip Jones de beste van alle musea in Europa. Het schort alleen vaak aan de documentatie.
Heel lang werden de voorwerpen van de aboriginals vergeleken met andere inheemse volken in de wereld en daarbij als simpel en primitief beoordeeld. Daarbij werd geen rekening gehouden met het feit de aboriginals zich staande moesten houden onder extreme natuurlijke omstandigheden en hun technologie en voorwerpen daarmee gelijke tred hielden. Philip Jones: „Er werd op gewezen dat de aboriginals het wiel niet hebben uitgevonden. Maar al zouden ze het wél hebben gedaan, wat hadden ze daar dan aan gehad in een continent dat van oorsprong geen trekdieren kende?”
Pas een eeuw geleden begonnen antropologen iets te begrijpen van de spirituele verbintenis met het land, geeft de tentoonstelling aan. De eerste tentoonstelling van aboriginal kunst was in 1929. Maar het duurde nog tientallen jaren voordat het grote publiek te zien kreeg dat er bij de aboriginals verband is tussen kunst, wereldbeschouwing en landschap.
Potloodtekeningen van aboriginals in de gevangenis, schilderingen op boombast en het Grote Doek van Cockatoo Creek waarin een groep kunstenaars (in opdracht van het South Australian Museum) hun Droomverhalen hebben verbeeld, getuigen daarvan in Leiden. Zeventig jaar nadat een expeditie van het museum bij de Warlpiri en Anmatyerre in Cockatoo Creek neerstreek, hebben de nakomelingen van deze aboriginals in een schildering kunnen duidelijk maken wat het religieuze belang van het land betekent.
Tentoonstelling
Australië, het land en de mensen’ is te zien in het Rijksmuseum voor Volkenkunde, Steenstraat 1, Leiden (enkele minuten lopen vanaf station Leiden Centraal), t/m 27.8. 2006, di t/m zo 10-17u. Ook op 17/10, 24/10, 26/12 en 2/1. Met lezingen, films, rondleidingen en workshops. www.rmv.nl
© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.
